Advent: vier weken van inkeer én verlangen. De kerkelijke kleur – paars –bepaalt ons meteen bij het binnenkomen in
de kerk al bij die inkeer. Net zoals in de tijd van voorbereiding op Goede Vrijdag en Pasen.
Het verlangen maken we extra zichtbaar doordat er elke zondag een kaars meer wordt aangestoken: één, twee, drie, vier ……
Steeds meer licht in het donker totdat het Kerstfeest wordt en álle lichten die we kunnen vinden aan mogen.
We zien in onze tijd - met oorlog in Europa en het Midden-Oosten, met gevoelens van ongenoegen en angst, met krimp in
kerkelijke gemeenten, enzovoort - zo uit naar vrede op aarde, naar licht, naar menslievendheid.
De Bijbelteksten van deze zondag kunnen ons op weg helpen. De brieflezing brengt ons dicht bij Paulus, die in gevangenschap
schrijft aan de gemeente in Filippi. Zijn situatie is ook geladen met donkerheid, met nacht: niet vrij zijn. Het is bijzonder om
juist aan het begin van de Adventstijd zijn liefdevolle woorden te lezen. Want het grote feest van Kerst vieren we niet zomaar.
Daaraan vooraf gaat een tijd van bezinning. Anders gezegd: we maken ons klaar voor ‘de dag van Christus’, zoals Paulus het noemt.
De Evangelielezing uit Lucas 1 klinkt eveneens tegen de achtergrond van donkerheid: die van de Romeinse bezetting.
Zacharias en Elisabeth hebben persoonlijk in hun lange leven ook ervaringen die bij de donkerheid van het leven horen.
Daarmee staan ze bovendien model voor ervaringen van jaren van hun volk.
Maar dan…. nadert er heil? Hoe kan een diep verlangen werkelijkheid worden? Kan een mens dat ‘zomaar’ oppakken?
Is het te mooi om waar te zijn, of ……? Wat is nodig om te durven verwachten dat het licht zal komen, het heil zal dagen?
Van harte welkom om komende zondag mee te zoeken naar een antwoord, samen op weg naar het Licht.