Impressie Synodevergadering, 16 en 17 november op ‘Nieuw Hydepark’

Dit keer reis ik samen met Lutherse collega Willem Boon naar Doorn. Gezellig natuurlijk, maar ook heel prettig om de thema’s die op de agenda staan nog even door te spreken. We hebben weer een veelheid aan teksten toegestuurd gekregen. Om een idee te geven wat er in de dikke enveloppen zit, ieder vergaderstuk wordt vergezeld van een ‘oplegbrief’ van de scriba, waarin het (waarom van het) stuk wordt toegelicht, vaak ook met een handleiding hoe er over het stuk gesproken cq gestemd gaat worden en nog een aantal eerste geschreven reacties vanuit verschillende commissies. Zo zijn er een aantal thematische commissies van rapport, waar synodeleden inzitten, en zien we altijd een reactie van de Generale Raad van Advies, een zogenaamd ‘orgaan van bijstand’. Ter plekke komen er dan nog allerlei moties, amendementen en tegenvoorstellen op tafel per onderwerp. Hard werken dus en goed opletten, maar ook boeiend. En persoonlijk geniet ik overigens erg van de contacten tussendoor.

Nog steeds: terug naar de kern

Er gebeurt dus veel op de synode en voor wie nog steeds denkt dat het om ‘besturen veraf’ gaat, de onderwerpen raken stuk voor stuk (de toekomst van) het plaatselijk gemeenteleven, of raken aan de kern van wat iemands persoonlijke geloofsovertuiging kan zijn. Dat komt in de onderwerpen van deze synode zeker heel duidelijk naar voren. Natuurlijk, ons plaatselijke gemeenteleven gaat gewoon door, we nemen onze eigen locale besluiten, geven vorm aan onze gemeenschap zoals we dat goeddenken, vieren op manieren die bij ons passen, maar dit alles valt wel in bepaalde kaders die gegeven zijn in onze kerkorde. In het project Kerk2025 (terug naar de kern) worden deze kaders opnieuw bezien en is het belangrijk om in de ‘regels’ ruimte te bieden voor kerkelijke vernieuwing, die meekomt met nieuwe initiatieven, of met krimp.

Hoe en wat van de huisgemeente.

Zo hebben we deze synode een brainstormsessie rondom het verschijnsel ‘huisgemeente’. Wat verstaan we nu eigenlijk onder een huisgemeente? Op de vraag die de scriba stelt naar wie er concreet ervaring heeft met een dergelijke gemeente gaan er maar weinig handen omhoog. Toch, in de toekomst is er misschien niet overal meer een locale gemeenschap mogelijk. Kan er op deze plekken dan een huisgemeente ontstaan? Over de randvoorwaarden van zo’n gemeente zal in de kerkorde dan wat gezegd moeten worden. Er lag al een eerder voorstel en de classes hebbend hier ook al op gereageerd (geconsidereerd), maar het thema blijkt toch wat te ‘ongrijpbaar’. Rondom de huisgemeente leven nog meer vragen dan mogelijke antwoorden, zo blijkt. Is een huisgemeente nu een ‘aangeklede groep mensen’ of een ‘uitgeklede gemeente’? Welke taken heeft zo’n gemeente, hoe is zij in het geheel ingebed? Wie mogen er voorgaan in zo’n gemeente? De vragen en opmerkingen vanuit de synode worden verwerkt in een tweede lezing van een kerkordelijke tekst die in de voorjaars synode voorligt. Wat mij betreft een thema dat we zeker in onze Limburgse context goede aandacht mogen geven en waarover we ook wel wat te melden hebben.

De mobiele predikant.

We spreken ook weer over de rechtspositie van de predikant, van beroeping tot (mogelijke) losmaking, zoals verwoord in de kerkorde. Meeste reacties echter komen op de kerkordelijke doorvertaling van de nota ‘Naar een cultuur van mobiliteit’, die eerder dit jaar werd aangenomen. De kerk wil de mobiliteit van predikanten bevorderen en daar een aantal financiële compensaties voor in het leven roepen. Bijvoorbeeld door een financiële vergoeding te verstrekken aan predikanten die vertrekken naar een plaats met een kleinere werktijdfactor. Een (heel) aantal synodeleden geeft aan, nu de cijfers concreet zichtbaar worden, de keuzes financieel niet verantwoord te vinden, mede omdat het project Kerk 2025 budgetair neutraal had moeten zijn en de meerdere kosten dan ook doorberekend zullen worden naar de plaatselijke gemeenten. De scriba kondigt uiteindelijk een ‘noodremmaatregel’ aan. Dat betekent dat de aangenomen plannen doorgaan, maar dat de synode op elk moment op de rem kan trappen als er ergens een „financieel onaanvaardbare situatie voor predikant of gemeente” ontstaat. Over vijf jaar komt de ‘cultuur van mobiliteit’ opnieuw op de synodeagenda, zodat die geëvalueerd kan worden.

Gesprek over de liturgie.

Interessant is ook het gesprek rondom de liturgie. De notitie ‘Tot Gods Eer’, handreiking voor gesprekken over liturgie, wordt eerst ingeleid door de auteur prof. Marcel Barnard. De aanleiding van deze notitie, zoals in het stuk zelf verwoord: ‘Liturgische veelkleurigheid en diversiteit, liturgische experimenten, ook op pioniersplekken, en kleiner wordende gemeenten roepen de vraag op welke theologische grondgedachten de protestantse eredienst dragen’. Op een aansprekende manier vertelt prof Barnard zijn persoonlijke ervaringen met liturgie. Van kinds af aan is hij al geboeid door het heilige spel en kwam het voor hoe hij op een middag de dominee, de koster en de organist kon ‘spelen’. De interesse heeft hem nooit losgelaten. Een filmpje opgenomen in de Oude Kerk in Amsterdam, met hemzelf als voorganger, brengt prachtig in beeld hoe liturgie ontstaat wanneer degenen die daarin betrokken zijn hun rol spelen. Niet alleen de voorganger, maar ook de cantorijleden, de gelovigen etc. nemen hun positie in en kunnen ‘opgetild’ worden door wat er in de liturgie gebeurt. We zien het mooi verbeeld in hoe de cantorijleden, voor aanvang van de liturgie hun gewaden aantrekken en deze na de liturgie weer uittrekken, klaar voor de gezamenlijke koffie na de viering. Na deze persoonlijke gekleurde inleiding worden we in groepjes ingedeeld met deze vragen: ‘Wat versta ik onder liturgie?’ ‘Wat raakt mij in liturgie?’ Wat maakt voor mij een kerkdienst tot protestantse eredienst?’. In mijn eigen groepje is het gesprek waardevol en persoonlijk en merk ik duidelijk hoe mensen liturgie, eredienst heel verschillend kunnen beleven, niet alleen afhankelijk van hun plek in de breedte van de kerk. Als extra vraag komt nog naar voren: ‘Wat trekt jou de liturgie bínnen? (Wat trekt jou allereerst naar de liturgie tóe?) Een vraag dus voorbij het vanzelfsprekend vieren ‘tot Gods eer’. In de plenaire terugkoppeling worden mooie gespreksreacties gegeven en blijkt ook grote overeenstemming over de gedegenheid van de notitie, die hoewel goed onderbouwd en theologisch verantwoord, niet geschikt is om zomaar mee te zenden naar alle gemeentes. We nemen het aanbod van Prof. Barnard graag aan om verschillende filmpjes te laten maken van verschillende vormen van liturgie. Deze zullen uiteindelijk als beeldmateriaal naar de gemeentes gaan, samen met gespreksvragen en een aangepaste notitie.

Categoriaal pastoraat.

In deze synode staat ook weer het onderwerp ‘categoriaal pastoraat’ (pastoraat buiten de muren van de reguliere kerk) op de agenda. Het is duidelijk dat er bezuinigingen nodig zijn en er nieuwe oplossingen voor financiering gezocht moeten worden. Maar met name over het studentenpastoraat komen veel vragen, of dit niet teveel vanuit het bezuinigingsperspectief is bekeken en er wel voldoende aandacht is voor wat deze vorm van pastoraat teweeg brengt. Doordat er onvoldoende draagvlak is voor de gehele notitie, wordt deze aangenomen met uitzondering van het studenten- en koopvaardijpastoraat. Ondanks het voorstel van het moderamen om deze notitie in zijn geheel aan te nemen, is er een meerderheid van de synodeleden die ervoor stemt om de twee genoemde onderdelen (over een jaar) weer terug te laten komen op de agenda.

Geloven in delen.

Rommie Nautie leidt het nieuwe beleidsplan in van kerkinactie: ‘Geloven in delen- delen in geloof’. Zij legt uit hoe deze afdeling vanaf 2018 prioriteit zal geven aan vier thema’s: Bijbel en toegang tot het evangelie; kerken in de minderheid; kinderen en jongeren; vluchtelingen en ontheemden. Er komen nog wel vragen over deze specifieke indeling, bijvoorbeeld of er niet een apart onderdeel nodig is voor armoedebeleid. Rommie Nauta geeft aan dat er veel ondergebracht kan worden onder deze deelgebieden en de organisatie het ook nodig heeft om zich niet tezeer vast te leggen en in te kunnen spelen op actuele situaties. Lopende banden zullen niet zomaar verbroken worden. We stemmen in met het beleid.

Over de profielschets van de voorzitter van de visitatie komen slechts enkele opmerkingen. Dit zal de figuur zijn die verantwoordelijk is voor de bijzondere visitaties, dat wil zeggen in de gemeentes waar spanning en conflict heerst. Hij/zij zal samenwerken met de nieuwe classispredikant en heeft ook een rol in de ontmoeting van gemeentes binnen de nieuwe ringen. Omdat deze nieuwe structuur wel op papier bestaat, maar er ook nog veel onduidelijkheden zijn, zal ik in een andere bijdrage daar wat meer over melden.

Homohuwelijk, gesprek van hart tot hart.

En zo heb ik al heel wat onderwerpen de revu laten passeren. De koffiepauzes tussendoor en de gezamenlijke maaltijden zijn momenten om even af te schakelen, hoewel, vaak gaan de inhoudelijke gesprekken gewoon door. Niet zelden ook met wat verwarring, want niet altijd is duidelijk welke kant de stemming op zal gaan en wat ‘wijs’ is om te besluiten. Zoals de stemming rondom de ordinanties die over het huwelijk gaan. Tijdens de synodevergadering van november vorig jaar werd het moderamen van de synode opgeroepen om het gesprek aan te gaan over de tekstuele keuzes in de ordinanties 5.3 en 5.4 in de kerkorde. Ordinanties als resultaat van lang overleg. Toen in 2004 de Protestantse Kerk in Nederland werd gevormd bleek juist dit punt een belangrijke reden voor een groep gelovigen om de Hersteld Hervormde Kerk te vormen. Er was namelijk grote onenigheid over de vraag hoe de inzegening van het huwelijk en het zegenen van niet-huwelijkse relaties verwoord moest worden. Bewust werd in ordinantie 5.3 de term ‘inzegening’ gereserveerd voor het huwelijk tussen een man en een vrouw. In ordinantie 5.4 werd voor niet-huwelijkse relaties, zoals tussen twee personen van hetzelfde geslacht, het woord ‘zegening’ gebruikt. Theologisch en taalkundig is dat onderscheid niet uit te leggen overigens. Zoals de scriba aangeeft in zijn inleiding, gaat dit onderwerp over een ‘diep-existentiële zaak’. Het gaat om relaties van liefde en trouw die om een zegen van Godswege vragen. Op tafel ligt een besluitvoorstel van het moderamen om de kerkorde niet te wijzigen. Dit heeft met meerdere factoren te maken. Er is nog steeds geen eenheid van denken op dit punt binnen onze kerk; aan de locale gemeentes is een zekere vrijheid gegeven om hiermee om te gaan (door de ‘kan-bepaling’); er vinden veel waardevolle en kwetsbare gesprekken plaats over dit thema in de rechtervlank van de kerk, die door een consideratieronde opnieuw verhard zou kunnen raken.

De middag verloopt met emoties, aan de ene kant gebaseerd op het verlangen om zich als kerk profetisch uit te kunnen spreken over dit thema, ‘Gods zegen is voor iedereen’, aan de andere kant zijn we ons bewust van de nieuwe scheuringen die dit gesprek zou kunnen opleveren en voelen we aan dat we als kerk ‘nog niet’ toezijn aan een echt gezamenlijk standpunt. De twee persoonlijke verhalen van ds Anne-Marie van Briemen en Herman van Wijngaarden, beiden uit de behoudende kant van de kerk, geven een stuk worsteling weer van zichzelf en reacties van de mensen in hun omgeving. Beiden maakten ze een eigen keuze in de beleving van hun sexualiteit, het is bijzonder om daarin te mogen delen. In de groepsgesprekken komt er verdriet en boosheid naar boven naar aanleiding van de verhalen, ‘wat voor kerk roept deze pijn op?’, ‘kunnen we het homo-huwelijk ook niet gewoon zegenen?’ en blijkt dat de eigen godsbeelden en manieren van bijbellezen de verschillende reacties kleuren. Maar er is ook begrip voor de kwetsbaarheid van dit thema. En zo, na vele mensen en verhalen gehoord te hebben achter de microfoon, besluiten we in navolging van het voorstel van de scriba uiteindelijk in meerderheid om het besluit over de ordinanties nu niet te nemen. Het gaat niet om een standpunten-discussie, het gaat om het gezamenlijke gesprek, dat we verhalen met elkaar delen ‘van hart tot hart’.

Oefenplek.

De kerk als oefenplek van samen geloven, zo komt naar voren in ons gesprek rondom het homohuwelijk. Maar we merken het wanneer we samen avondmaal vieren, op de avond van de eerste dag. Ik zie iedereen brood en beker ontvangen, hoewel ik weet dat er heel verschillend gedacht en geloofd wordt. Dat is dan weer het mooie van onze kerk, en soms dus een (pijnlijke) uitdaging om het met elkaar ‘uit te houden’.

Ik sluit mijn impressie, dat geloof ik meer een verslag is geworden, af met het mooie bezoek van twee Nederlandse broeders uit Taizé. De muzikale begeleiding van de liederen in het ochtendgebed klinkt mij wat te ‘protestants’ en het herhaald zingen krijgt niet helemaal de rust die ik op andere momenten wel vind in deze muziek, maar de ontspannen presentatie van de broeders over hun gemeenschap en de bijzondere geschiedenis daarvan is heerlijk. Zo te kunnen opgaan in je roeping, ik wens het ons allemaal toe, dat we blij kunnen zijn op en met de plek waar wij ons geloof in gemeenschap beleven!

Een hartelijke groet en tot de volgende keer, Irene Pluim (afgevaardigde naar de Generale Synode vanuit de classis Limburg.)

error: Content is beveiligd